Trouw dagblad

Willy van der Griendt was gezelschapsdame op een cruise: ‘Het bleek een loodzware job’

Van Monica, een onbekende fan, kreeg Willy van der Griendt een aanbod dat ze niet kon weigeren: een gratis cruise op een luxeschip met golfcourse en zwembad. Maar aan boord ontdekt ze dat Monica zeer nare trekjes heeft.

Dit artikel is geschreven door Willy van der Griendt
Gepubliceerd op 15 november 2025, 20:00

Op een morgen kreeg ik een merkwaardige mail. Die krijg ik wel vaker, maar deze was anders. Een oudere vrouw (van mijn leeftijd) had mijn boek Daten voor gevorderden gelezen en sindsdien was haar leven veranderd.

Bij iedere zin had ze het gevoel hem zelf geschreven te hebben en ze omschreef dat gevoel als ‘thuiskomen’. Ze had in mij een lotgenoot ontdekt, een zielsverwant. Ze was sinds twee jaar weduwe, voelde zich eenzaam en beschikte over grote hoeveelheden geld waar zij geen raad mee wist. Of ik mee wilde op een cruise, als gezelschapsdame. Onderaan prijkte haar telefoonnummer.

Ik las de mail een paar keer over en probeerde hem af te doen als hilarisch en ook tragisch. Een lotgenoot? Ik ben geen weduwe, niet rijk en niet eenzaam, tenminste niet altijd.

Toch bleef ik er steeds aan denken en ik betrapte mezelf erop dat ik fantaseerde over het fenomeen cruises. In IJmuiden had ik de gigantische schepen wel voorbij zien komen: drijvende flatgebouwen met hordes mensen, resorts voor rijken, met golfbanen, zwembaden en casino’s. Een hedonistisch gebeuren waarbij men feestvierde zonder echt blij te zijn, leek me. Ik vroeg me dan altijd af hoe het er op die boten in het echt aan toe zou gaan.

Absoluut een eigen hut

Ik belde wat vriendinnen om een beetje te polsen. De een beweerde dat het de kans van mijn leven was en de ander raadde het me totaal af. Zelf bedacht ik nog dat cruises zeer vervuilend waren. Ik zou een footprint achterlaten van jewelste terwijl ik normaal nogal opgeef van mijn milieubetrokkenheid. Wat ik van alle adviezen meenam was dat ik absoluut een eigen hut moest hebben.

Ik belde de vrouw op. Haar stem klonk warm en vriendelijk. We zouden een zestiendaagse trip door de Middellandse Zee maken en iedere dag een andere stad aandoen. Aan boord zouden we behandeld worden als prinsessen. “Het is all-inclusive”, voegde ze er met kinderlijk enthousiasme aan toe.

Quote van Willy van der Griendt: ‘Ik had natuurlijk stampij moeten maken, maar ik sloeg dicht’

Willy van der Griendt

“Waarom denk je dat ik aardig en geschikt ben als gezelschap?”, vroeg ik haar. “Het hoofdpersonage in jouw boek komt op mij zeer sympathiek over en heeft zonder enige twijfel veel van jou weg.” Ik knikte verlegen in de telefoon. “Althans, je beweert zelf dat je boek autobiografisch en non-fictie is, dus als je niet aardig bent zou ik me ernstig bedrogen voelen en kan ik een klacht indienen.” Ik bespeurde enige humor en dat is nu juist mijn zwakke plek.

De volgende dag schreef ik dat ik met haar in zee ging. ‘Het ongekende moet verkend worden en avonturen moeten worden beleefd’, was het enige wat ik erbij schreef en natuurlijk over die hut.

Toch geen eigen hut

We ontmoetten elkaar op Schiphol. Monica, zo noem ik haar hier, deed me meteen denken aan een kind op schoolreisje. Tijdens de vliegtocht babbelde ze een aardig eind weg. Ze was de enige erfgenaam van Henk, haar overleden man, en het was niet makkelijk om rijk te zijn. Ze had na de dood van Henk wat dates gehad, maar er was geen man die aan Henk kon tippen. Ik kreeg de indruk dat Monica nog nooit had gewerkt. Normaal heb ik aan zulke vrouwen een bloedje-hekel, maar ze leek van een andere planeet te komen. Ik was wel blij dat ik een eigen hut had.

Vlak bij Rome lag daar de gigantische boot en werden we verwelkomd door een batterij aan personeel. We moesten naar de zevende verdieping want daar was onze hut.

Onze hut? Ja, we hadden samen een hut. Een mooie maar wel samen. “Dat was niet de afspraak, Monica!” protesteerde ik. Maar Monica deed er verbaasd en luchtig over. “Dit is gezelliger”, zei ze. “Sinds de dood van Henk kan ik niet meer slapen, ik mis hem, er moet iemand naast me liggen, anders doe ik geen oog dicht.” Ze begon meteen haar spullen uit te pakken.

De drie v’s: vluchten, vechten, verstijven

Ik had natuurlijk stampij moeten maken, maar ik sloeg dicht. Ik had die hut niet zwart op wit, maar wel heel duidelijk als voorwaarde gesteld. Ik dacht aan de drie v’s: vluchten, vechten, verstijven. Ik deed natuurlijk weer dat laatste, misschien omdat ik geïntimideerd was door de weelderige inrichting van de hut. Zelfs de wc was gecapitonneerd. Het zou misschien allemaal wel meevallen hield ik mezelf voor. Ook ik pakte mijn spullen uit, al had ik aanmerkelijk minder kleren bij me dan Monica.

Ik deed er zeker drie dagen over om de boot een beetje te leren kennen. In prachtige art-decoliften zoefden we tussen de twaalf verdiepingen naar de zeven restaurants, het zwembad, de bridgekamer, de bibliotheek, de golfcourse en de spa. Ik merkte al gauw dat Monica’s oriëntatievermogen nihil was en dat ze een glaasje lustte.

Op een dag verraste ze me door in een mall in Monaco een goudkleurig badpak van 1200 euro aan te schaffen. Ik zag dat ze er met geen mogelijkheid in paste. Ik kreeg met terugwerkende kracht een beetje met Henk te doen, maar ook met Monica.

Monica stond erop dat ik haar in alles begeleidde: driemaal daags naar een restaurant met overheerlijk maar overdadig voedsel, naar de bridgeclub, de kapper, de fysiotherapeut en het casino, waar ze zo lang doorspeelde dat ze haar winst weer verloor. Om even uit te rusten verschanste ik me soms in de bibliotheek, omdat ik wist dat ze daar nooit kwam. Ik vluchtte vooral weg voor haar gebabbel, dat nooit ophield en over onderwerpen ging als mode, juwelen en Henk.

Een loodzware job

Toen ik op een keer na een lang verhaal over Henk opmerkte dat hij wellicht een narcist was – puur om haar een beetje te plagen – keek ze me glunderend aan en zei: “Jazeker”. Toen ik haar vroeg of ze wist wat dat was antwoordde ze: “Nee, maar ik weet wel dat hij het was”. Vanaf dat moment begreep ik dat gezelschapsdame een loodzware job is.

Wat een beetje een rol ging spelen was dat ik niet sliep. Monica snurkte als een kanon. Zodra ze haar hoofd neerlegde begon de zaagmachine en die was met geen mogelijkheid te stuiten. Ik had op haar aanraden een stok naast mijn bed gezet waarmee ik haar in het andere bed kon aantikken, c.q. porren. Dat deed Henk ook en dan hield het op. Het werkte niet. Ik kreeg de indruk dat ze het eigenlijk wel prettig vond.

Toen ik haar bekende dat ik oververmoeid raakte zei ze dat ik dan tussendoor een dutje moest doen. Nee, want dan zitten we in een tourbus in Marseille, Barcelona, Cadiz, Portimao, Lissabon, Porto, La Coruña, Honfleur en Antwerpen! Maar zover zijn we nog lang niet en hoe kom ik hier doorheen?

Ik ging me zorgen maken over mijn zenuwgestel dat iedere nacht voelbaar meer werd aangetast. Iedere morgen choqueerde ze me opnieuw met haar: “Oh wat heb ik heerlijk geslapen!” Een dergelijk gebrek aan empathie vond ik zo stuitend dat ik voorvoelde dat ik hier misschien niet ongeschonden uit zou komen.

Veel bubbels, all inclusive

Op een morgen ontbeten we buiten. We zaten op de plecht van het schip en hadden uitzicht over het zonovergoten glanzende wateroppervlak. Deze morgen had ontegenzeggelijk iets goddelijks. Solveigh, een jonge meid van 23 uit Texas, schoof met haar bordje bij ons aan tafel. Ze vertelde dat ze met haar 82-jarige opa reisde. Hij had het gisteravond in het casino nogal laat gemaakt en lag nu op bed met een kater.

Om me heen zag ik sowieso veel mensen al aan de bubbels, ook Monica bestelde haar tweede. “All-inclusive”, zei Solveigh met een grimas. Ze vertelde dat haar opa sinds twee jaar weduwnaar was en een vrouw zocht. Ik zag dat Monica haar oren spitste. “Is he rich?”, vroeg ze zonder omhaal. Solveigh nam alleen nog een slokje cola.

“Hoe kan je nou zoiets vragen?”, vroeg ik naderhand aan Monica. “Gewoon”, zei ze, “anders krijg ik de verkeerde mannen achter me aan. Mannen ruiken geld weet je. Daar kun jij niet over meepraten.” Daar had ze gelijk in. En als ik zo om me heen keek vond ik dat ook niet zo erg.

Die avond ontmoetten we een Amerikaans echtpaar bij de kaviaarproeverij. We hingen over de reling terwijl we een toastje met Classic Beluga-kaviaar aten toen ze zich bij ons voegden. Ik schatte ze op nog geen vijftig, ze waren dus een van de jongste koppels aan boord. Voor hen was cruisen dé manier om veel steden te zien zonder dat je je koffer hoefde uit te pakken.

Golden members

“We gaan steeds langere reizen maken, vorig jaar hebben we acht maanden van de twaalf op deze boot vertoefd”, vertelde Sunny enthousiast. “Het is voor ons zo langzamerhand voordeliger dan op de wal wonen.” “O ja?” vroeg Monica, “ik betaal 12000 voor mijn hut, jullie?” “Veel minder”, zei Rey, “maar wij zijn golden members, jullie?” “Ik ben brons”, bekende Monica.

Ik begreep dat ik 6000 euro kostte. “We overwegen zelfs ons huis op Hawaï te verkopen en op de boot te gaan wonen.” “En heb je dan nooit het idee dat je geïsoleerd bent van de bewoonde wereld?”, vroeg ik. “Jazeker, maar dat is nu juist zo fijn!”, antwoordde Sunny stralend.

“Wat vind je nou van zo’n stel”, vroeg ik later aan Monica. “Rijke mensen identificeren zich met geld, we drukken daar alles in uit, onze liefde en onze haat”, zei ze. Het leek me een citaat van Henk, maar het stimuleerde me om de volgende morgen nogmaals bij de receptie te vragen of er een hut vrij was. “Je hebt geluk”, zei de executive conciërge, “vandaag is er een suite op de twaalfde vrijgekomen, slechts 4000 euro voor de rest van de reis” (acht nachten). Ik spoedde me naar Monica.

“Geen sprake van”, zei ze. Het was niet zozeer het geld, maar wat moest ze zonder mij? Ze doelde op het scherm in de hut, waarop ik met de afstandsbediening alles regelde: reserveringen voor restaurants, tours en theater, mededelingen afvinkte en behoorlijke hoeveelheden champagne bestelde. En hoewel ik beloofde dat ik dat allemaal zou blijven doen, bleef Monica onvermurwbaar.

Ik ging Monica haten

Die middag kocht ze tijdens een excursie in El Coruña een ketting van precies 4000 euro. Zelfs volgens de juwelier stond hij haar niet goed omdat hij wegviel in een huidplooi, maar ze kocht hem toch. “Een troostketting”, zei ze, “omdat jij zo onaardig hebt gedaan”. Op dat moment ging ik Monica haten.

Die nacht deinde het schip behoorlijk. Ik was misselijk. Waarom was ik altijd zo verrekte nieuwsgierig? Naar andere werelden die vaak tegenvielen en waarover ik ook gewoon had kunnen blijven fantaseren? Me laten verleiden om met zo’n intens vieze boot mee te gaan? Tonnen uitstoot aan CO2, zwavel, fijnstof, kilo’s stront, afvalwater, methaan, en die mensen als Monica vervoerde.

Monica was uit bed gegleden. Gorgelend en raspend, haar lichaam half buitenboord, waardoor ik zicht kreeg op de gouden ketting die precies ruimte voor een vinger bood. Ik had zin haar aan die vinger terug in bed te trekken. Ze zou bloeden en ik zou haar toeschreeuwen dat ze nooit had mogen liegen over een hut.

Met wijd opengesperde ogen zou ze me toe spugen: “Maar wat zou een eigen hut eraan veranderd hebben? Je vindt dit toch een drijvende vreetschuur, een verwenparadijs voor bootvluchtelingen die bang zijn voor de enge wereld, een kweekvijver voor alcoholisten en obesitas-patiënten, vieze vervuilers zodanig dat ze linea recta verboden moeten worden? Dat heb ik je tenminste allemaal hardop horen zeggen in je slaap.” Daarna viel haar hoofd met een klap op de grond.

Ik werd wakker omdat ik moest overgeven. Nog net op tijd bereikte ik de champagnekoeler. Ik moest hier weg. Het was mooi geweest.

De volgende dag legde de boot aan in Honfleur. Ik nam afscheid van Monica en bedankte haar voor de mooie reis. Ze pinkte een traan weg. “Je was geweldig gezelschap”, zei ze, “maar soms was je wel een beetje knorrig”. Zwevend liep ik de loopplank af.

In de trein naar Parijs bedacht ik dat ik de hele trip niet had willen missen. Soms moet je iets doen om te weten dat je het nooit meer wilt doen.

Over de auteur

Willy van der Griendt (1950) is actrice en schrijfster. Ze debuteerde met het autobiografische boek Daten voor gevorderden. Hoe ik tal van mannen ontmoette en mezelf tegenkwam (2024). Ze schreef eerder in Trouw verhalen over haar nieuwe relatie en over het bezoek aan het land van haar ex-man, Guinee Conakry.