Willy van der Griendt (75) kreeg een introductiecursus ‘polygamie’ in Guinee en werd niet enthousiast

Willy van der Griendt (75) reist voor het eerst naar het land van haar ex-man, het West-Afrikaanse Guinee Conakry. En vraagt zich af: had ik hier kunnen leven, als vrouw?

Dit artikel is geschreven door Willy van der Griendt

Gepubliceerd op 3 juli 2025, 06:00

Ik word wakker van een kakofonie in mineur om vier uur ’s morgens. Ook de haan onder mijn raam gaat zich ermee bemoeien. Ik keer me kreunend om in mijn bed. ‘Mannen’, verzucht ik. Op de gang hoor ik de kolonel langdurig zijn keel schoonschrapen. Die gaat natuurlijk naar de moskee. Ik ben klaarwakker, dit staat me dus de aanstaande weken te wachten in Guinee Conakry, het land van Alpha.

Ik ontmoette Alpha in een salsaclub in Amsterdam in 2002. Hij trok me aan door zijn serieuze inslag en ik ging me in zijn leven verdiepen. Hij was gevlucht uit Guinee Conakry, een land in de bult aan de westkust van Afrika. Hij werd mijn schoonmaker en mijn vriend. We praatten uren over zijn land: de armoede, de corrupte regimes, de man-vrouwverhoudingen, maar vooral hoe de vrouwen eraan toe zijn in zijn land. Hoe leven ze?

“Hoe denk je over polygamie?” vroeg ik hem. “Ik ben er eigenlijk niet zo voor”, antwoordde hij, “het is nogal zwaar voor de mannen, weet je, ze moeten vaak arbitreren als de vrouwen het onderling niet met elkaar kunnen vinden.” Ahum, zo had ik het nog niet bekeken, een beetje teleurgesteld in het antwoord was ik wel.

Huwelijksbootje

In 2003 ben ik met Alpha getrouwd. De kans op een verblijfsvergunning was anders heel klein geweest en inmiddels hield ik van hem, dus waarom niet? Ik ben niet iemand die snel in het huwelijksbootje stapt maar voor een vluchteling als Alpha deed ik het graag.

Ik leerde veel van hem: hoe je in moeilijke omstandigheden toch eervol te gedragen en hoe kalm te blijven als je eigenlijk woedend bent. Inmiddels ben ik van hem gescheiden, maar we bleven wel vrienden. Ik ben nu single.

Alpha beloofde mij ooit zijn land te laten zien en nu is het zover. Een land waar de bodemschatten voor het oprapen liggen, maar de bevolking straatarm is. Een land waar 95 procent van de vrouwen besneden en dus verminkt wordt, waar ze nauwelijks toegang krijgen tot medische en psychische zorg.

Polygamie en uithuwelijken zijn de standaard in Guinee, al is de man sinds 2019 verplicht om toestemming te vragen aan zijn eerste vrouw als hij een tweede wil trouwen. Maar of daarop toegezien wordt is zeer de vraag. Huiselijk en seksueel geweld komen er veel voor. Meisjes worden vaak vroegtijdig van school gehaald en vrouwelijke pro-democratie-activisten zijn hun leven niet zeker (dat geldt trouwens ook voor de mannelijke). Met een kleurcode-oranjegevoel stap ik in het vliegtuig.

Doelwit voor kidnappers

We logeren bij de neef van Alpha, een kolonel. Onderweg naar huis zegt hij dat ik nooit in mijn eentje het erf af mag. De laatste tijd zijn er weer veel kidnappings geweest en vooral ik zou een aantrekkelijk doelwit zijn. We arriveren bij een mooi huis omringd door een hoge muur te midden van krotjes.

De eerste aanblik van de miljoenenstad Conakry hakt er bij mij ongelooflijk in. Wat een haveloosheid en wat een intense armoede. Alsof ik naar de middeleeuwen word gekatapulteerd. Op de vaak onverharde wegen met bergen vuil ernaast rijden kriskras karren, auto’s en scooters die van ellende aan elkaar hangen met grote stofwolken achter zich aan.

Vooral vrouwen lopen met grote hoeveelheden koopwaar op hun hoofd, rechtop zwijgend, hun gezicht bedekt met een lap tegen de stof. Ze zijn gezegend met sterke lichamen en jaloersmakende billen, – als ik daar de helft van had! – waardoor ze dit zware werk kunnen volbrengen. Ik zie een vrouw doelgericht met een naaimachine op haar hoofd op weg naar een klant. Een andere vrouw verkoopt meel dat ze al wandelend vanaf een schaal op haar hoofd aan de man brengt: afweegt, geld int en dan weer doorloopt. Wat een overlevingsdrift en wat een powervrouwen!

Kippen cadeau

De kolonel brengt ons naar allerlei uithoeken van het prachtige land. We bezoeken familieleden en vrienden, die allemaal zusje, broer of neef genoemd worden. Ik krijg mooie cadeaus: kleurige lappen stof met prachtige Afrikaanse motieven, vele paren slippers en drie levende kippen.

Waar we ook maar komen, er staat altijd een maaltijd klaar van rijst en ‘sauce’: een mengsel van tomatenpuree, uien met soms wat vlees of vis, met een verdwaalde wortel erin. Vannacht heb ik gedroomd van sperziebonen!

Onderling spreken ze Malinké of Susu, stammentalen, waar ik geen bal van begrijp. Niks voor mij want ik wil alles meemaken, zeker als ze regelmatig in lachen uitbarsten. “Waarom lachen ze, Alpha?” vraag ik. “Oh, ze zeiden dat ze het dan wel aan zijn derde vrouw gaan vertellen.” “Zijn derde vrouw?” “Ja, omdat hij die niet heeft.”

“Meerdere vrouwen hebben is hier gebruikelijk”, legt een jonge vrouw die naast me zit uit. Het is een statussymbool omdat het de hoeveelheid geld èn de mate van potentie van de man aangeeft. “Hoe sta jij er tegenover?”, ik vraag het toch maar. “Twee is okay”, zegt ze, “drie wordt al veel en vier is ronduit opschepperig.”

Ze doelt op seks merk ik ook aan een andere vrouw die giechelend meeluistert. “Maar worden jullie nooit jaloers op elkaar?” “Het is vooral praktisch, op die manier kunnen we de lasten verdelen.” Als ik wat vragend kijk zegt ze: “Polygamie kan de vrouwen helpen om samen sterker te staan, maar het kan evengoed zijn dat de man de vrouwen tegen elkaar uitspeelt.”

Twee vrouwen

De kolonel heeft twee vrouwen, Fahou en Ciré, de derde is onlangs weggelopen. Ze zijn de hele dag in en rondom het huis te vinden en zijn druk in de weer met eten koken en het huis schoonmaken.

Het leven hier draait om geboortes, huwelijken en begrafenissen. “We gaan naar een bruiloft”, zegt Ciré op een dag. Ze werpt me een jurk toe. Aha, ik loop er te bloot bij. Ze gaat driftig aan me plukken om de jurk tot aan mijn nek toe te laten aansluiten. Het irriteert me behoorlijk, dat preutse gedoe. “In deze hitte een jurk met mouwen!”, klaag ik tegen Alpha. “Jij draagt toch ook een los overhemd met korte mouwen, daar raak ik toch ook niet opgewonden van?” “Dat is onze cultuur Wil”, lacht hij, “dit is jouw inburgeringscursus.”

Dan is er de buurvrouw die vaak op het erf rondhangt en mij regelmatig haar baby in mijn armen duwt. Ze heeft gehoord dat ik geen kinderen heb en nu wil ze mij waarschijnlijk troosten met ‘het babygevoel’. Ik vind baby’s leuk maar niet altijd. Ik zal haar maar niet zeggen dat ik het vroeger te druk had om kinderen te krijgen.

Kapper met te hete tang

Ze vinden ook dat ik naar de kapper moet, sterker nog, er is er al een besteld. “Ze komt met een machine”, kondigen ze aan. “Een machine?”, vraag ik. “Om je haar te strijken, de krullen moeten eruit.”

Nog net op tijd weet Alpha de kapster naar huis te sturen. “Je houdt geen haar meer over, Wil, het is een hele hete tang waar je haar van wegbrandt. Je zal daarna ook een hoofddoek moeten dragen, want je bent kaal.” Ik bedenk dat ik nog nooit het haar van de vrouwen heb gezien, maar ze gaan wel vaak naar de kapper. Is dat allemaal voor de kolonel in de slaapkamer?

De bruiloft vindt plaats tussen modderplassen en hopen vuil. De bruidegom is een militair, een ‘catch’, dat is duidelijk, het leger is één van de weinige werkgevers met bestaanszekerheid. Geen onaardige vent om te zien, de bruid zit er een beetje chagrijnig bij.

Opvallend is dat het bruidspaar nauwelijks contact heeft met elkaar. Ik zie sowieso in het openbaar nooit enige vorm van tederheid of toenadering tussen mannen en vrouwen. Het huwelijk hier lijkt me een kille bedoening, maar Alpha beweert dat het ongepast is om ook maar iets van intimiteit in het openbaar te laten blijken.

Ja, wist ik al, maar ik heb het gevoel dat vrouwen hier ongelooflijk veel aandacht en liefde tekort komen. De polygamie lijkt me dat niet vergemakkelijken, maar wie weet hecht ik te veel waarde aan mijn romantisch idee over ‘versmelting’, en is dat hier sowieso niet aan de orde.

Uitgehuwelijkte bruid

De kolonel vertelt me trots dat hij de vader van de bruid een seintje heeft gegeven dat een collega een vrouw zocht, hij claimt zonder omhaal dit feestje. Ik ben razend nieuwsgierig hoe de uitgehuwelijkte bruid zich deze dag voelt, maar het lijkt me niet het goede moment om het haar te vragen.

“Wat te doen als je niet op elkaar valt?”, vraag ik aan Alpha. “Dan gaan de families heel lang met elkaar praten. De islamitische cultuur houdt niet van echtscheidingen.” Als je het vergelijkt met onze gekmakende datingcultuur, scheelt het natuurlijk wel heel veel sores.

Fahou heeft een winkeltje aan huis, waar ze door de tralies heen de gekochte koopwaar aan haar klanten geeft. Anders gaan ze plunderen, vertelt ze. Soms steek ik ook een handje uit en help haar de gebrachte spullen uit te pakken. Ik vraag haar of vrouwen hier harder werken dan mannen. Een open deur, denk ik, maar ik ben toch benieuwd.

“De mannen wíllen wel werken, maar er is hier geen werk… Het volk lijdt enorm onder de regimes”, zegt ze er ter verklaring bij. “En wat denk je van al die mannen in het leger, dat is gevaarlijk werk, vaak gaan ze daardoor eerder dood. En de mannen in de mijnen? Dat is ook nog vaak kinderarbeid, maar dan alleen voor jongens.”

Een rijke man

Ik voel dat ze uit loyaliteit en met liefde voor haar volk spreekt. Ook zoiets moois hier: ze houden van hun land, de Guineeërs, hoe arm, uitgebuit en geruïneerd het ook is. En mannen werken dus ook hard.

“Maar wij hebben natuurlijk een rijke man”, voegt ze eraan toe, “de meeste vrouwen werken keihard. Ze doen het huishouden, de kinderen èn hun handel. Dan hebben wij natuurlijk een luizenleventje.”

Op een van mijn laatste dagen van mijn verblijf vragen Fahou en Ciré mij of ik leef ‘zoals op TikTok?’. Ze bedoelen zonder man en zonder kinderen. Ik antwoord dat ik vrij ben om zelf mijn partner te kiezen, maar dat ik tot op heden de juiste nog niet gevonden heb. De vrouwen gniffelen, maar kijken me ook meewarig aan. Ze zal oud en eenzaam achterblijven, zie ik ze denken.

“Zijn jullie gelukkig?”, vraag ik op mijn beurt. Na lang nadenken zeggen ze: “We hebben een man die ons niet slaat en we hebben elkaar. Maar wij als vrouwen hebben hier geen rechten. Als je een slechte man hebt, heb je geen poot om op te staan.”

Ik knik en vraag toch ook nog even naar die derde vrouw die weggelopen is. “Het huis is groot”, antwoordt Fahou, “we hebben geen apparaten zoals bij jullie en ieder kent zijn taak.” “Maar zij niet”, vult Ciré aan, “ze was lui.” Ze geeft een denkbeeldig schopje met haar voet.

Zo werkt polygamie dus ook: je hebt elkaar, maar je moet het wel goed met elkaar kunnen vinden. Er is hier geen plaats voor buitenbeentjes.

Ik zou voor geen goud met de vrouwen willen ruilen. Dit land is echt afzien: het voortdurende gevecht tegen het stof, het gebrek aan stromend water, het monotone eten, de bergen vuil, de kuilen in de weg. Erger nog is het dat ze geen mogelijkheden hebben om hun mening te uiten of zichzelf te ontwikkelen. Dit land is een mannendictatuur waar de man als ‘hoofd van het gezin’ de vrouwen naar believen kan onderdrukken. Eigenlijk ben je als vrouw vogelvrij verklaard. Je moet het hier hebben van je geloof, je kinderen, de gemeenschap en van elkaar.

Ik heb enorm te doen met de vrouwen, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen: zij ook met mij. Met al mijn luxe vinden ze mij waarschijnlijk een eenzame ziel.

“Kom je gauw een keer terug?”, vragen ze bij het afscheid. Ik voel een pijnscheut. “Ik acht de kans klein”, wil ik zeggen maar het komt er niet uit. Ik houd inmiddels van deze moedige mensen. “Dan zien we je wel in de hemel”, zeggen ze met betraande gezichten. “Inshalla”, zeg ik. Hun zwaaiende handen lijken nog lang lichtpuntjes in een enorm grote stofwolk.

Over de auteur

Willy van der Griendt (1950) is actrice en schrijfster. Ze debuteerde met het autobiografische boek Daten voor gevorderden. Hoe ik tal van mannen ontmoette en mezelf tegenkwam (2024). Afgelopen Kerst schreef ze in Trouw over haar nieuwe vriend Tjibbe, maar die relatie is inmiddels beëindigd.

Lees ook:

Willy van der Griendt (74) had genoeg geleden op datingsites. Toch zit ze deze kerst niet alleen

Willy van der Griendt (74) was klaar met de mannen en al helemaal met online daten. Tot ze Tjibbe ontmoette. Vol energie, en zonder buik.

Actrice Willy van der Griendt (74) schreef een hilarisch boek over daten op oudere leeftijd: ‘Ik wil het taboe doorbreken’

Willy van der Griendt (74) wil graag een partner. Een aantrekkelijke, intellectuele man van haar leeftijd. Maar die zoektocht valt niet mee, blijkt uit haar hilarische boek Daten voor gevorderden.