‘Daten op leeftijd is een aparte tak van sport’

Erectieproblemen, macho’s en bijna-aanranding: volgens single Willy (74) is online daten ’uitputtingsslag’

Nadat Willy van der Griendt (74) op meedogenloze wijze is gedumpt, sporen vrienden haar aan te gaan online daten. Ze heeft de hilarische anekdotes én de flinke dosis zelfkennis die ze opdeed tijdens dit avontuur in haar boek Daten voor gevorderden beschreven. Met de veelzeggende ondertitel hoe ik tal van mannen ontmoette en mezelf tegenkwam. „Daten is een emotionele uitputtingsslag.”

Artikel geschreven door Bernice Breure
Verslaggever Boeken en cultuur
11.00 uur | 30 mei 2024

Haar vrienden kunnen de naam van haar ex niet meer hóren: Willy van der Griendt moet zelfs tien euro neerleggen elke keer als ze weer over die verloren liefde begint. Ze krijgt het dringende advies een nieuwe partner gaan zoeken via een datingsite. Want in het wild komt ze niemand tegen. ’Jouw leeftijdgenoten gaan óf niet meer uit, óf alleen als stelletje’. Waartoe deze zoektocht heeft geleid, deelt ze in het met zelfspot geschreven Daten voor gevorderden.

Ze gaf het drie maanden, het zou ruim vier jaar worden waarin ze in totaal met bijna 50 mannen afsprak. Haar allereerste date legt direct zijn erectieproblemen op tafel. Vervolgens trekt een bonte stoet mannen voorbij: ’heel lelijke exemplaren’, mannen die tijdens de date bellen met exen, een machoprofessor waarin een heel opschepperig jongetje schuilt, veel ’hoogopgeleide halvezolen’ tot ’ alweer een oude sok die onder een steen leeft’ en een man die zichzelf omschrijft als ’lang, knap en indrukwekkend.’

Van der Griendt, die zichzelf evenmin spaart en benadrukt dat ze ook veel ’goede mannen’ heeft ontmoet, concludeert: ’E-daten is zo ongeveer als een schiettent op de kermis. Het kost een hoop, vaak is de loop van de buks krom en de hoofdprijs een waardeloze pluchen aap’. Soms wenst ze een man veel succes met de rest van zijn leven als geraniumexpert, al legt ze volgens haar vriendinnen de lat wel erg hoog. Zij inspireerden haar de meest hilarische belevenissen, zoals de bijna-aanranding in een seniorenflat, op te schrijven.

Van der Griendt ziet zichzelf als ’VBN’er’, vaag bekende Nederlander: ze werkte onder meer als (stem)actrice en was onder meer te zien in Flodder en GTST. Vorig jaar stond ze nog in badpak op de cover van een vrouwenblad. In een Amsterdams grand-café vertelt ze smakelijk over haar dateleed.

Het viel je ergens tegen van jezelf dat je op deze manier moest gaan daten. Voelde je je een loser?
Met twinkelende ogen: „Een beetje wel. Ik ben toch heel leuk, heb een groot netwerk en een redelijk swingend uitgaansleven waarbij ik veel mannen ontmoet? Maar in mijn omgeving kom ik vooral kunstenaars tegen. Die hebben vaak een heel interessante visie, maar vooral op hun eigen werk. En die delen ze héél graag. Ik heb ze graag als vrienden, maar niet als partner. Kunstenaars zijn toch wat narcistischer dan gemiddeld.”

Daten is een emotionele uitputtingsslag, schrijf je.
„Het trekt een enorme wissel op hoe je je voelt: steeds die afwijzingen of teleurstellingen. Soms denk je: best leuk, even nadenken of het nog een tweede keer behoeft. Maar dan laat de man niks meer van zich horen. Je moet uitkijken dat je er niet depressief van wordt. Het idee dat je het je niet persoonlijk moet aantrekken, is een illusie. Zelf heb ik geprobeerd mannen altijd heel netjes te behandelen, het is het minste wat je kan doen.’’

Je had een kritisch verlanglijstje. Hij mag geen buik hebben, of zoals jij dat omschrijft ’geen aardappel op twee kaasprikkers’ zijn.
„Dat modelletje zie je veel, hoor. Los van uiterlijk komen veel mannen totaal niet overeen met hun profiel. Hoog opgeleid blijkt vaak een breed begrip. Het opstellen van een beschrijving vereist zelfkennis, en dat is niet iedereen gegeven.”

En je ontdekte: hoe ouder, hoe betweteriger.
„Zeventigplussers hebben vaak niet veel meegekregen van de feministische golf. Een geëmancipeerde vrouw vinden ze lastig. Om terrein te blijven winnen gaan ze jou uitleggen hoe de wereld in elkaar zit. Uitwisselen van emoties, vooral liefdesgevoelens, hebben ze niet geleerd. Ik denk uit angst dat het tegen hen wordt gebruikt.”

„Medisch specialisten zijn het ergst. Verschrikkelijke macho’s, die nooit tegengas hebben gekregen. Ik zette er een keer na de eerste ontmoeting al een streep achter. In een mail draaide hij toen alles om. Híj ging míj uitleggen waarom het niets zou worden tussen ons, alsof het zijn beslissing was. En hij voegde toe dat ik altijd bij hem terecht kon als ik vragen had, over het leven, in het algemeen. Hij schreef: ’Ik kan me voorstellen dat jij iemand bent die met best wel wat vragen zit’.”

Verliefdheid is een perceptie, zeg je.
„Je wil weleens dat er iets wél lukt. Ik ben een optimistisch mens. Mijn buurvrouw moest vaak enorm lachen om hoe ik naar een date toe ging. Ik liet dan zijn profiel zien: ’kijk, dit is hem helemaal’. Dan zei zij: ’ik vind het wel meevallen’. Het is eigenlijk die hoop op een nog leuker leven. Ik weet heus wel dat ik romantiseer. Het is ook een hunkering naar nostalgie. Vlinders in je buik. Hartstocht. Iemand die helemaal exclusief van jou houdt. Maar het zijn luchtbellen, of op zijn minst heerlijke verzinsels. Toch fietste ik met dat in gedachten naar de volgende afspraak.”

Je besprak je dateleed met een therapeute. Wat heb je daar van opgestoken?
„Ze liet me inzien dat al dat daten meer een onderzoek naar mezelf was. Wat voel ik eigenlijk, kan iets me nog in beweging brengen? Ik had nog niet door dat ik niet zoveel van mezelf hield. Ik had veel selectiever moeten zijn, mezelf meer moeten beschermen. Ik heb haar gevraagd of op datingsites relatief meer complexere figuren staan. Ze denkt van wel.”

Heb je het daten op deze manier definitief afgezworen?
„Het zou zo maar kunnen dat het een keer raak is. Maar wat ik deed was wel erg met hagel schieten. En het is frustrerend om op zo’n kunstmatige manier aan een partner te komen. Het voelt vaak als een sollicitatiegesprek of een snuffelstage. Als ik het daten weer oppak, ga ik meteen afspreken in een museum of wandelen.”

En toch noem je al die mensen die ronddwalen in de digitale cafés dapper.
„Vooral ouderen komen er niet graag voor uit. Ik vind het heel moedig als je, ondanks dat je hoogstwaarschijnlijk de pin op je neus krijgt, je in die wereld stort. En het is verslavend: de volgende date moet de teleurstelling van de vorige inlossen. Je denkt: ik doe het niet meer, maar een nieuw egostrelend berichtje werkt als een pijnstiller. Dat geeft de energie waardoor je denkt: weet je wat, ik probeer het nog één keer. Dat mechanisme begrijp ik nog steeds heel goed.”

Lees hier het artikel op de Telegraaf